HANS RIKKEN

Start Curriculum Exposities Nieuw werk Collecties Atelier Theater Artikelen Projecten Hart der Duisternis Villa Palagonia Borden Het Mortuarium Publicaties Recenties Muziek Links

Omhoog Projecten 2

De tekst van de Pomonalezing via deze link.

 

Een ontwerp voor de herinrichting van het Veerplein in Vlaardingen

HET SCHITTERENDE DIENBLAD


Het Veerplein is een staalkaart van een aantal na-oorlogse “modernistische” architectuurstromingen uit de verschillende decennia.

Dit is een kwaliteit die we willen koesteren, versterken en willen doorzetten met een nieuwe “toekomstgerichte” aanpak.
We zien, binnen deze aanpak, het Veerplein eerder als drager welke vele invullingen kan krijgen.

Het Veerplein is onderdeel van een weefsel van pleinen en doorgangen (passages, luie trappen, de dijk, viaduct, trappen, straten,

 liften, roltrappen) die met elkaar het centrum vormen van de binnenstad.

Binnen dat centrum van de stad neemt het Veerplein een dominante positie in.

De aanwezige architectonische kwaliteit is hoog en beweegt zich op verschillende niveaus.
De ruimtelijke vorm van het plein is een directe afgeleide van de ontstaansgrond van Vlaardingen.

Vlaardingen is ontstaan aan een open verbinding met de zee.

De haven geflankeerd door de dijk, vormt de scheiding tussen zee en polder, tussen zoet en zout water.

Het Liesveld-viaduct, dat één van de begrenzingen vormt van het plein, is een ruimtelijk opbod ten opzichte van de dijk

 die het centrum beschermt tegen het water, de haven, en waarlangs de stad tot bloei is gekomen.

Tevens luidt de komst van het viaduct een nieuw tijdperk in en draait door haar aanwezigheid het stadscentrum negentig

graden ten opzichte van de haven en de dijk die voorheen het ''stadscentrum'' bepaalden.

Het viaduct is ontstaan als een rigoureuze ontsluiting van de binnenstad.

Hiermee werd de als hinderlijk ervaren woningbouw uit de negentiende eeuw doorbroken.

Het eerste gebouw dat voltooid werd en de aanzet werd tot het Veerplein was het flatgebouw met de winkels eronder.

Dit gebouw is onderdeel van het ontwerp van Van Tijen voor het stadscentrum.

Het gebouw vertegenwoordigt de opvattingen van “Het Nieuwe Bouwen”.

Een zelfde stedenbouwkundig gebaar vindt men in de naoorlogse woonwijk Vlaardingen-Oost.

Deze woonwijk was de stedenbouwkundige oogappel van Van Tijen.

Het was meende hij, zijn meest geslaagde poging om tot een organische woonwijk met open bebouwing te komen,

waar de stedelijke functies, wonen, werken, verkeer en recreatie haast ideaal op elkaar waren afgestemd.

Het genoemde bouwblok aan het Veerplein wordt in de woonwijk Vlaardingen-Oost ook gebruikt.

Bebouwing langs de voornaamste wijkstraten dienden stedelijk van schaal te zijn zodat de woonwijk ook de allure kreeg van stadswijk

De stevige randbebouwingen konden op deze wijze tevens dienen als visuele afscherming van de buurten en ze daarmee een zekere vastheid geven.

Met het Liesveld viaduct kwam ook het “V&D-gebouw”.

Twee tekens van grootstedelijk denken gebaseerd op de verwachting dat Vlaardingen zou uitgroeien tot een stad van 140.000 inwoners.
Het “V&D-gebouw” is een gebouw uit de jaren zestig dat echter zijn tijd ver vooruit was en verwijst naar een stroming in de architectuur

uit de jaren negentig die het super-modernisme is gaan heten
De architectuur van de jaren negentig van de vorige eeuw is onmiskenbaar verwant met de minst kritische fase van het modernisme,

tijdens de jaren vijftig en zestig, toen ook in hoge mate de heersende omstandigheden werden geaccepteerd als onvermijdelijke gegevens.

Net als toen staat de architectuur van de jaren negentig - relatief ongecompliceerd - in dienst van de modernisering,

die zich momenteel het sterkst profileert in processen van globalisering.

(Dit vraagt om terughoudendheid bij het aanpassen van het V&D-gebouw. Voorzichtigheid is geboden waar het gaat om het opleuken van dit pand.)

De begrenzing gevormd door het gebouw van architectenbureau OMA, van Rem Koolhaas, waar o.a. de bibliotheek is gevestigd, vertegenwoordigt de mentaliteit van het bouwen van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ondanks het revolutionaire imago van dit bureau vormt dit gebouw de enige wat behoudende bijdrage aan het plein. De overige gebouwen vertegenwoordigen een heldere visie, en vervullen binnen de verschillende stromingen een voorhoede functie. Het plein ademt hiermee een sfeer van openheid en positiviteit naar de toekomst.


Het Veerplein wordt gekenmerkt door een binnenruimte, de pleinruimte tussen de bomenrijen
en een buitenruimte, de ruimte tussen de bomenrijen en de bebouwing.

Het plein is daardoor niet echt open, maar ook niet echt gesloten.

Er is geen duidelijke overgang van buitenruimte naar binnenruimte en andersom. Dat maakt de beleving van het plein en haar omgeving diffuus.

Om het plein beter te kunnen definiëren en een duidelijk karakter te kunnen geven,
doen we het volgende voorstel:

Het plein wordt ca. 50 cm verdiept aangelegd, corresponderend met de fundering van het
Horecapaviljoen.

Het paviljoen wordt afgebroken maar de fundering wordt hergebruikt. Het plein wordt bekleed met elementen die voorzien zijn van een reflecterende coating gelegd in een grid van 21 x 32m.
Binnen dat grid worden voorzieningen voor elektra aangebracht.
De aan 3 zijden aanwezig bomenrij wordt afgemaakt, door ook aan de zuid-westzijde (bibliotheekzijde) bomen te plaatsen.
Ter plaatse van de belangrijkste toegangsroutes tot het plein en de looplijnen naar de winkels
wordt “zebra-achtige” bestrating aangebracht, als verbindende element en als verankering
van het plein in de aangrenzende winkelgebieden en de rest van de stad. Dit gebeurt in
samenhang met op te nemen verlichting aan de gevels van de aanliggende panden.
Via de zebrapaden krijgen de winkels overdag klanten van het plein en geven ze ’s avonds licht terug aan het plein vanuit de gevels.
Het Veerplein is een schatkamer aan architectonische uitspraken maar ook een winkelgebied tussen andere winkelgebieden.

Van de bestaande betonnen banken worden bloembakken gemaakt, als markering van de randen van het plein.

Op het plein worden nieuwe comfortabele zitelementen geplaatst.

Het paviljoen verdwijnt en op de fundering zullen spiegelende zuilen worden geplaatst.
Hiermee wordt de openheid van het plein hersteld en haar kwaliteiten meerdere malen
verdubbeld in de spiegeling van de zuilen. De verzameling spiegel-zuilen hebben tevens een
faciliterende functie. Er kan een platvorm op gedacht worden dat een verhoogd podium vormt
voor verschillende activiteiten. Ook voor de ruimten tussen de zuilen kunnen toepassingen
bedacht worden. Een accumulator om de kwaliteiten van de gebruikers van het plein op te
wekken en zichtbaar te maken.

Met dit voorstel benadrukken we de aanwezige kwaliteit en maken die leesbaar.

Ook sluiten we aan bij de heersende mentaliteit van positieve gerichtheid op de toekomst.

Het Veerplein is een (toekomstig) schoolvoorbeeld voor architectuur in tijden van globalisering.

Een tijdperk waarin zowel architecten als critici een serieuze verstandhouding proberen te ontwikkelen met de alledaagse omgeving.

Daarmee is het mogelijk om tot een positieve beoordeling te komen van kwaliteiten die tot nu toe als negatief zijn gezien,

zoals heterogeniteit, excessieve afwisseling, wanorde en incongruentie.

Van het Veerplein kan men hetzelfde zeggen als van de kunsthal van Rem Koolhaas:

het gaat niet zozeer om een fusie van verschillende bouwkundige stijlen maar vooral om een interessante situatie vanwege de i

ntrigerende afwisseling van ruimtelijke ervaringen.
 

 
    
 
  
   

 Tafel Project

  
 
 

 

 
  
  

 

All images copyright© 2016 Hans Rikken All Rights Reserved

web page designed and managed by Bert Otto  a specialized web designer for  professional artists.